Behangen voor beginners: de beste tips
Behangen klinkt voor veel beginners als een lastige klus. Luchtbellen, scheve banen en lijm op plekken waar het niet hoort: het zijn de klassieke horrorscenario’s. Toch is behangen prima zelf te doen, ook als je weinig ervaring hebt. Met de juiste voorbereiding, goed materiaal en een paar slimme tips kun je een muur in korte tijd een compleet nieuwe uitstraling geven. We zetten de belangrijkste tips op een rij.
Begin met een correcte voorbereiding
Een goed begin is écht het halve werk. De meeste problemen bij behangen ontstaan doordat de ondergrond niet goed is voorbereid. Neem hier dus zeker de tijd voor.
Controleer of de muur schoon, droog en glad is. Oude verfresten, loszittend behang of schimmelplekken moeten verwijderd worden. Gaatjes en scheurtjes vul je op met muurvuller; stof en vuil verwijder je met een droge doek of zachte borstel.
Heb je een sterk zuigende muur, bijvoorbeeld door gipsplaten? Dan is een voorstrijkmiddel onmisbaar. Dit voorkomt dat de lijm te snel in de muur trekt, waardoor het behang slecht hecht. Is de muur net gestuct? Wacht dan minimaal twee tot drie weken voordat je gaat behangen.
Kies een geschikt behang voor beginners
Niet elk type behang is even vergevingsgezind. Als beginner kun je het jezelf een stuk makkelijker maken door het juiste behang te kiezen.
- Vliesbehang is ideaal voor beginners. Je smeert de lijm direct op de muur en het behang krimpt of rekt nauwelijks. Kies voor een opvallend uniek fotobehang of een rustig patroon.
- Papierbehang is goedkoper, maar lastiger: het moet weken in lijm en is gevoeliger voor scheuren.
- Vinylbehang is stevig en afwasbaar, maar soms wat zwaarder om te verwerken.
Gebruik het juiste materiaal
Met het juiste gereedschap werk je niet alleen sneller, maar ook netter. Zorg dat je dit alvast binnen handbereik hebt:
- Behanglijm (geschikt voor jouw type behang)
- Lijmkwast of roller
- Stanleymes met scherpe mesjes
- Waterpas of schietlood
- Behangspatel of -borstel
- Emmer en spons
- Meetlint en potlood
- Snijliniaal
Investeer in kwaliteit, vooral bij het mes en de spatel. Een bot mes zorgt voor rafelige randen en frustratie.
Meet en markeer zorgvuldig
Een veelgemaakte beginnersfout is beginnen zonder duidelijke hulplijn. Muren zijn zelden perfect recht, en als je eerste baan scheef zit, zie je dat in de hele muur terug.
Meet de breedte van het behang en trek met een waterpas een loodrechte lijn op de muur. Dit is je startpunt. Begin nooit in een hoek, want hoeken zijn vaak niet recht. Begin op een plek die het minste opvalt, bijvoorbeeld achter een kast of bij de deur.
Breng de lijm correct aan
Lees altijd de instructies op de verpakking van de lijm. De verhouding water-lijm verschilt per type behang.
Werk in gedeelten en plak geen te grote oppervlakken tegelijk; de lijm mag niet opdrogen voordat het behang erop zit. Gebruik voldoende lijm, maar overdrijf niet. Te weinig lijm zorgt voor loslatende randen, te veel lijm geeft een glibberige boel.
Plak rustig en precies
Hang de behangbaan van boven naar beneden en laat hem rustig op de muur zakken. Druk het behang licht aan en gebruik een spatel of borstel om luchtbellen naar de zijkanten weg te strijken. Werk altijd van het midden naar buiten en van boven naar beneden. Zie je een luchtbel? Trek het behang voorzichtig los en strijk opnieuw glad.
Snijd overtollig behang boven en onder af met een scherp mes langs een liniaal. Vervang je mesje regelmatig voor het strakste resultaat.
Let op met naden en patronen
Bij effen behang is het vooral belangrijk dat de naden netjes tegen elkaar aansluiten, zonder overlap. Duw de naden voorzichtig aan met de spatel, maar druk niet te hard: dat kan de lijm naar buiten persen.
Bij patroonbehang is nauwkeurig werken nóg belangrijker. Leg de banen vooraf naast elkaar op de grond om te zien hoe het patroon doorloopt. Reken extra behang in, want je zult meer snijverlies hebben.
Hoeken, stopcontacten en obstakels
Hoeken en stopcontacten zijn vaak spannend, neem dus voldoende tijd. Plak nooit een hele baan strak in een hoek. Snijd het behang zo af dat het ongeveer 1 à 2 centimeter doorloopt op de volgende muur. Begin daar opnieuw met een rechte baan.
Schakel bij stopcontacten eerst de stroom uit. Plak het behang eroverheen, snijd een kruisje en werk het behang netjes naar binnen. Overtollig materiaal snijd je voorzichtig weg.
Laat het behang rustig drogen
Na het behangen is het verleidelijk om de ramen open te zetten of de verwarming hoog te draaien, zodat alles sneller droogt. Doe dit juist niet. Te snelle droging kan krimp en loslatende naden veroorzaken. Laat de ruimte op kamertemperatuur drogen en vermijd tocht gedurende minstens 24 uur.
Perfectie bestaat niet, zeker niet bij je eerste keer behangen, maar kleine foutjes vallen vaak veel minder op dan je denkt, vooral wanneer de meubels en decoratie weer op hun plek staan. Behangen leer je door te oefenen. Hoe vaker je het doet, hoe handiger en zelfverzekerder je wordt.
Behangen voor beginners hoeft helemaal niet stressvol te zijn. Met een goede voorbereiding en het juiste behang kun je een prachtig resultaat behalen. Voor je het weet kijk je trots naar je eigen werk en begin je vol moed aan de volgende kamer.